Door onze website te bezoeken, stemt u in met ons gebruik van cookies.
Jan Baumann
Jan Baumann 40 jaar bij Wetsteijn
Stukje uit Automaten Magazine Juni 1996
‘Wat ik heb gedaan is 40 jaar betaald kroeg lopen’
Het ging toen – het was 1956/1957 – heel gewoon, net als nu. Jan Baumann las de krant en zag een advertentie van de firma Wetsteijn. Hij reageerde, en binnen een mum van tijd werd hij aangenomen. 2 Januari 1956 zette hij voor het eerst een voet over de drempel van het bedrijf. Nu, voorjaar 1996, vieren Jan en zijn collega’s dat hij er nooit meer is weg gegaan.
Jan kreeg zijn eerste baantje toen hij zeven was. Zaterdagsmiddags, na school, hielp hij de groenteboer aan de overkant een handje. Hij moest er voor zorgen dat groenten en aardappelen in de juiste bakken terecht kwamen, en bleven. Dat was een hele sensatie want, hij werkte weliswaar van half 2 ’s middags tot 10 uur ’s avonds, Jan streek er wel mooi een riks en een maaltje mee op. En dat tegenover pa, die in die tijd zeven gulden per week verdiende!
Zijn schoolprestaties leden niet onder dat bijbaantje en wat later ging Jan naar de ambachtschool om Electromechanica/instrumentmaker “te doen”. Na zijn opleiding begon Jan zijn carrière bij Weseman in Rotterdam. En weer een paar jaar later maakte hij de overstap naar Scheepsinstallatie Kroon & Co.
Jan en Jeanette Baumann
Streng
Toen Jan 26 was, wilde hij wel weer eens wat anders en gewoon via een advertentie in de krant kwam hij terecht bij die firma Wetsteijn aan de Blokmakersstraat in Rotterdam. Het was toen nog de ouwe Wetsteijn die de scepter zwaaide. Streng maar rechtvaardig was hij, herinnert Jan zich. ‘Ik weet nog dat ik een keertje gevallen was met de scooter’, vertelt Jan. ‘Dus belde ik naar de zaak, er zat een deukje in en zo. Hij vroeg toen of de scooter het nog deed. Ja, zei ik. Toen vroeg hij of ik gewond was. Nee, zei ik. Waarom bel je dan? vroeg hij!, Jan moet er nog om lachen.
Hij was voor zichzelf ook hard, maar als je een probleem had, werd dat altijd opgelost. Hij was ook weer goed voor je. Zo reed ik altijd zonder helm, want als jonge jongen wil je zo’n ding niet op. Op een gegeven moment zei hij dat ik er nu maar eens eentje moest gaan halen. En op de terugweg viel ik… met mijn helm op de stoeprand’.
Jan pakte al het werk aan wat er moest gebeuren. Ook hier had zijn baas Wetsteijn een passend gezegde voor: “moeilijkheden zijn als distels: hoe harder je ze aanpakt, hoe minder ze prikken”. Dus ook dat nam Jan ter harte. ‘Kees werkte toen ook al in de zaak’, vertelt Jan. ‘We deden hetzelfde werk en dat was echt van alles. We waren echt maatjes. We waren bezorger, monteur, afrekenaar, alles’.
Het werk ging Jan goed af. Hij had ook zo zijn stelregels: ‘Hoe schoner de automaat, hoe beter de opbrengst. Hoe dichter bij de bar, hoe beter de opbrengst. En als de kasteleinsvrouw dan ook nog weduwe wordt, dan schiet de omzet helemaal omhoog. Wordt altijd goede maatjes met de vrouw van de kastelein en zijn dochters, ondervond Jan.
Dag en nacht
Het was hard werken bij Wetsteijn. ‘Wetsteijn zei altijd: “Als je bij ons werkt moet je klok en kalender vergeten”. En dat was niet overdreven’. Jan werkte dag en nacht en had om het weekend anderhalve dag weekenddienst. ‘Overdag brachten we de apparaten weg en ’s avonds repareerden we ze. We werkten 14 dagen achtereen en hadden dan anderhalve dag vrij. Op een zondag had je al gauw 25 storingen’.
En zo kwam het dat hij bijna al zijn tijd aan zijn werk besteedde. Zijn hobby’s moest hij er van lieverlede voor opgeven: hij voetbalde graag en speelde graag ook eens een partijtje dammen of schaak. Maar dat had hij er graag voor over want zijn werk werd zijn nieuwe hobby. ‘Ik heb het ook nooit zo in de gaten gehad dat ik zo verschrikkelijk veel werkte’.
Slechts één keer en dat is al dertig jaar geleden – heeft hij even moeten slikken, vertelt hij. ‘Mijn dochtertje was toen drie jaar en ze speelde ’s avonds buiten. Op een keer kwam ik vroeg thuis, het was zeven uur of zo toen ik met mijn gele volkswagentje de straat in reed. En toen hoorde ik haar tegen vriendinnetjes zeggen: “Kijk, dat is nou mijn vader”. Dat heeft toen wel even pijn gedaan’.
Onder het water
Jan kreeg het rayon Brabant toegewezen. Van het begin af aan heeft hij “onder het water” gewerkt, zoals hij de streek ten zuiden van de grote rivieren noemt. Zundert, Rijsbergen, Dongen, Kaatsheuvel, St. Willebrord; het is voor Jan door de jaren heen als tweede geboortegrond geworden. Hij paste zich goed aan en kon goed mee in die provincie. Ze hebben me meteen geaccepteerd daar’, zegt hij.
Mijn broer ging ook wel eens mee, maar met hem ging het weer niet’, constateert Jan nuchter. ‘Al mijn klanten zijn vrienden van me geworden. ‘Ik heb gewoon met de Brabantse cafégewoonten meegedaan’, is het geheim van de smid. ‘Bruiloften, recepties, uitvaarten, ik heb ze allemaal bezocht en dat werd erg gewaardeerd’.
Geld verdienen in het café is geld uitgeven in het café, leerde Jan van de veehandel in die provincie. Zo deed Jan zaken. ‘Op een avond zat ik in een kroeg, je kent dat met een heel stel aan de pils. Er bleek ook een eigenaar van een ander café bij te zitten die ook wel interesse had in een automaatje. We maakten een afspraak. Een week later ging ik naar hem toe en bestelde een 7-up. Maar al gauw merkte ik dat die man helemaal niet meer enthousiast was.
Ik begreep er niks van en vroeg toen maar een borreltje om fatsoenlijk afscheid te nemen. En toen wilde hij er opeens wel een! Later heb ik nog aan hem gevraagd waarom hij toen opeens wél een automaat wilde. “In die ene kroeg had je lekker zitten drinken, en bij ons bestelde je een upje!” was het antwoord. Dat was dus niet in goede aarde gevallen’.
Menigmaal heeft Jan, als geboren Rotterdammer, opgekeken van de rare gewoonten van die Brabanders. Een paar gebeurtenissen zal hij nooit vergeten. ‘Op een gegeven moment kreeg een klant van mij in Rijsbergen een hartaanval. Ik was daar erg van onder de indruk en ging ook naar de uitvaart. We gingen lopend – dat doen ze daar naar de begraafplaats en daarna hadden we een koffietafel. Ja, dat doen ze daar, onder het water’, zegt Jan.
‘Ik zat met zijn broers aan tafel en op een gegeven moment vroegen ze mij wat ik te drinken wilde. “Doe mij maar een borreltje”, zei de ene broer, “want Sjaak zal boven ook wel aan de wijn zitten”. Nou, dat was ik dus allemaal niet gewend’.
Visglas
Veertig jaar heeft Jan met enorm veel plezier gewerkt. Eerst onder leiding van Wetsteijn en later, eigenlijk de meeste tijd, onder zijn zoons Kees, Luc en Jack. ‘Er was geen dag dat ik met tegenzin naar mijn werk ging’, zegt hij. Zelfs niet toen de volkswagen eruit moest omdat er zoveel bingo’s opgehaald moesten worden en Jan een lelijk eendje kreeg waarvan de stang van het rolkapje doorgezaagd was om automaten te kunnen vervoeren. Waarvan je de ruitewissers met een combinatietang in beweging moest houden en je een deken moest hangen voor de achterbank om het warm te kunnen houden.
Nee, dat zijn allemaal herinneringen waar hij graag aan terug denkt. Ook de gemoede-lijke sfeer binnen het bedrijf was belangrijk voor hem. “Ik heb Kees en Luc en Jack nooit als werkgevers gezien, we waren van dezelfde leeftijd hebben hetzelfde werk gedaan. Nee. Jan heeft prachtige jaren achter de rug. Wat ik heb gedaan is veertig jaar betaald kroeglopen, lacht bij.
“Laten we eerlijk weren; ik was er graag altijd bij!” Hij heeft maar aan 1 ding een hekel gehad: contracten. Sinds die tijd is het zakelijker geworden zegt Jan. “Vroeger was dat allemaal niet nodig en opeens was de hoogste bieder de baas. Dat heen Jan nooit goed gelegen. ‘Ja, er is veel veranderd, mijmert hij. Ook de verhuizing naar Dordrecht is voor Jan een enorme omslag geweest. ‘Ik heb daar niet zo goed aan kunnen wennen. In Rotterdam ging je via de werkplaats naar het visglas, zegt Jan, doelend op kantoor.
“Daar stond je dichter bij elkaar. Er waren geen geheimen alle deuren stonden open. Als je problemen had, hoorde de heren Wetsteijn dat altijd en dan stapte je het visglas in en klaar!”
Jan is nu 66 en heeft de leeftijd bereikt om van zijn pensioen te kunnen gaan genieten. Maar het “definitieve afscheid van het bedrijf heeft hij nog een beetje uitgesteld. Hij werkt tot januari nog twee dagen in de week. Jan vindt het een beetje onzin om te zeggen dat hij nú eindelijk kan gaan genieten. Ik heb al die jaren al genoten. Als je niet elke dag geniet, doe je iets niet goed, is zijn devies.
Bronvermelding: Automaten Magazine Juni 1996